joomla templates top joomla templates template joomla

In dit hoekje van onze website gaan we trachten om vragen over training, gezondheid, techniek v/h fietsen, enz ... te bespreken. Goede raad is goud waard.

De regels van het fietsen in groep!

Met meer fietsers een ritje maken is puur plezier. Maar rijden in een groep brengt ook gevaren als valpartijen met zich mee. Om die reden heersen er in het peloton regels en codes. Hieronder werpen we enkele van die ongeschreven wetten voor de pedalen.

  1. In het wiel hangen of wieltjeszuigen: Het grote voordeel, naast het pure kameraadschappelijke, aan het fietsen in groep is dat je uit de wind kan rijden. De consequentie daarvan is dat je dan behoorlijk dicht in het wiel van je gangmaker moet hangen. Vermogenmetingen laten energiewinsten zien tussen 20 en 33%. Waar je precies ten opzichte van je voorganger moet rijden, is afhankelijk van de windrichting en de weg.

    Bij weinig of geen wind of met rugwind rijd je best zo recht mogelijk achter het wiel op een tussenafstand van max 20cm. Opgelet! Vat dit op 1 lijn rijden recht achter elkaar nu ook weer niet te letterlijk op voor je eigen veiligheid en die van je achterkomende groepsmaten. Je fietst steeds enkele bandbreedten NAAST het wiel van je voorganger. Ingeval deze plots remt voorkom je botsingen omdat je tgv je tragere reactiesnelheid je eigen wiel langs kunt laten schieten op het achterwiel van je kopman.

    Komt de wind van opzij, dan moet je wat meer naast je voorganger gaan rijden. Aan welke kant is afhankelijk van de zijwindrichting. Zorg ervoor dat je voorganger steeds tussen jezelf en de wind zit. Hoe meer de wind vanuit de zijrichting komt hoe verder je naast die voorganger moet hangen om uit de wind te rijden. OPGELET! De kans bestaat dat je vlak naast de borduur of goot van de weg komt te zitten om optimaal te profiteren van je kopman. Echter, indien deze laatste een slingerbeweging maakt tgv wegobstakels of het aansnijden v/e bocht, of ..., bestaat het risico dat je in de kant geduwd wordt met mogelijke valpartijen tot gevolg. Je begrijpt dat dit waaiervormig uit de wind rijden niet oneindig kan doorgaan omdat na 3 à 4 renners de laatste ofwel in de goot hangt of over het midden van de rijweg dreigt te fietsen.

    Zit je dicht achter of naast het wiel van je kopman, probeer dan om voorbij die rijder te kijken en zo de obstakels en verkeerssituatie in te schatten. Je concentreren op het achterwiel is levensgevaarlijk en uit den boze. Je ziet op die manier zelf niet wat er op je afkomt, een bocht, een put, een signaal vanaf de kop van de groep ... met alle mogelijke gevolgen vandien.

  2. Formaties met max. 2 renners naast elkaar: Rijd je zelf op kop, probeer dan zoveel mogelijk één constant tempo aan te houden. Ga niet plots versnellen of vertragen. Kun je het koptempo niet houden, laat je dan langs de open wegkant uitzakken. Sluit pas volledig achterin het peloton aan zonder je er halverwege ergens tussen te wringen. Op die manier dwing je bijna al je makkers tot herpositionering in het peloton. Wispelturig wisselen van tempo als koprijder is dodelijk en levensgevaarlijk voor de rest van de bende. Om de haverklap worden er gaten getrokken die normaliter weer dicht gereden moeten worden door de groep. Op die manier laat je als kopman misschien wel zien dat je de sterkste bent, maar je belet de anderen om van je wiel te profiteren en even uit te rusten.

    Met twee naast elkaar rijden betekent dat je ofwel langs de open kant van de weg of langs de borduur rijdt. Houdt die positie aan ingeval er lateraal doorgeschoven wordt. Op die manier dwing je andere mensen niet om kruiselings en om de haverklap te foerageren. Bij het aansnijden van bochten vergeten rijders weleens hun spoor te behouden. Letterlijk en figuurlijk snijden ze dan de pas af van hun schouderman.

  3. Remmen: Vermijdt in de mate van het mogelijke bruuske en overdreven reacties op gebeurtenissen. Rijdt proactief en rem verstandig, precies en gedoseerd af met net zoveel kracht dat je niet meteen weer hard op de trappers hoeft te gaan om het tempo met de voorgangers op te pikken. Toegegeven, dit vergt oefening en de nodige aandacht.

    Proactief rijden in het peloton veronderstelt dat je minumum 1 à 2 of meer fietsen vooruit kijkt op je eerste voorligger. Doe je dat goed en krijg je die systematiek in het kopke, dan zal je merken dat remmen dikwijls vermeden kan worden. Even de benen stilhouden kan al genoeg zijn om gepast te anticiperen op een verkeerssituatie. Uiteraard levert dit systeem van rijden pas optimaal resultaat op wanneer ieder groepslid deze methode in de benen krijgt.

 

Techniek v/h fietsen: Klimtechniek ... moet ik dansen op de pedalen of zittend klimmen? En ... hoe doe ik dat dan?

Tijdens het klimmen kan je 2 rijtechnieken gebruiken namelijk 'zittend klimmen' of ZK en 'uit het zadel' of UHZ. Wanneer je welke techniek gebruikt is sterk afhankelijk van de klimsituatie, rustig tempo - lopend hellingspercentage - steil hellingspercentage - demarrage.

Het spreekt voor zich dat wanneer je rustig, op eigen tempo, op een lopende en goed berijdbare weg zonder obstakels, het pedaalritme 'comfortabel' voor je aanvoelt, dit het meeste efficiente en langst vol te houden is vanuit de ZK.
Als het tempo echter versnelt of het lopende hellingsvlak van 1 tem 6% verandert in 7,8 tot op 'De Muur' stukken van bijna 20% op kassei, ... ja dan zal je allicht gedwongen worden om op de trappers te lopen ... of om te vallen. Alvorens UHZ te klimmen schakel je best 1 of 2 tandjes zwaarder, dan sta je recht. Echter, De Muur met zijn kasseien is misschien in dit geval een slecht voorbeeld. Door UHZ te klimmen komt er minder druk op het achterwiel. Dit in combinatie met kassei, die misschien vochtig kunnen zijn, zorgt ervoor dat je explosieve kracht je wiel laat doorslibben op de ondergrond ... en weg is je vermogen.

Bij ZK breng je meer van de trapkracht over naar de pedaalomwenteling en dus naar het achterwiel omdat er nagenoeg geen energieverlies is door:

  1. Zijwaartse bewegingen te maken zodat je duwbeen niet loodrecht op je pedaal staat maar onder een hoek. Hoe groter die zijwaartse beenhoek, hoe groter de verliescomponent is. Die krachtcomponent ben je kwijt ... = rendementsverlies.
  2. Met je duwbeen het eigen lichaamsgewicht te moeten dragen omdat je niet zit op het zadel. Het belangrijkste nadeel van deze component is dat je pedaalslagen minder soepel verlopen dan wanneer je zit. Deze stotende ipv soepele pedaalbeweging komt het sterkst tot uiting op de dode punten van de beweging, namelijk op 6u en 12u.

Uiteraard zijn er bij de ZK ook twee dode punten op 6u en 12u, maar die zijn door de toepassing van de juiste techniek soepeler te overbruggen. Tijdens het ZK word je lichaamsgewicht gedragen door het zadel zodat je ene been kan duwen en het andere trekken. Die kadans kan je nog versterken door afwisselend met je armen te trekken op je stuur zodat je duwbeen geholpen wordt door die extra armkracht.
Je begrijpt dat deze techniek veel moeilijker toe te passen is tijdens het UHZ-klimmen of quasi ondoenbaar is. Dat alles resulteert in een hogere hartslag, een hogere trapfrequentie en dus een korter vol te houden klimuithoudingsvermogen. ZK wordt daarom doorgaans efficiënter gevonden dan UHZ, vooral tijdens lange rustige klimmen.

UHZ is explosiever omdat je je lichaamsgewicht en je bovenlichaam gebruikt om de pedalen naar beneden te duwen. De zijwaartse beweging die hij het UHZ-klimmen de pedalen naar beneden duwt, zorgt echter zoals hierboven uitgelegd voor een inefficiënte krachtsoverbrenging op een incomplete pedaalomwenteling, wat resulteert in vermogenverlies. Er is immers geen echte opwaartse slag in UHZ-klimmen. Je geniet wel tijdelijk van meer kracht maar dit kun je minder lang volhouden dan ZK. UHZ is echter heel effectief in korte, steile klimmen wanneer je de top van een klim wilt pakken of een klimaanval wilt pareren of zelf inzetten.

Een gouden tip: bij een lange beklimming zoals we die vinden in onze Ardennen of in het gebergte, MOET je je eigen klimritme zoeken zittend op het zadel. Zoek die kadans op en train het duwen en trekken met de benen en de armen. Alleen zo zal je boven geraken zonder hijgend en proestend te moeten afstappen. Wat je wel moet doen tijdens een lange beklimming is bv. om de paar kilometer eens even recht op de trappers dansen. Dat bevordert de bloedsomloop door je benen ... doen maar niet te lang volhouden en snel terug die eigen kadans opzoeken op het zadel!!

Veel klimplezier!!!